
Benfica – Real Madrid zal niet licht vergeten worden. Niet zozeer het mooie doelpunt van Realspeler Vinicius Junior, zijn viering ervan bij de hoekschopvlag of wat er de volgende minuten en uren in Lissabon op volgde, beklijft. Wat Bayern München-coach Vincent Kompany er dagen later op een doordeweekse persconferentie in Duitsland over vertelde, gaat de geschiedenis in. Bewust of onbewust gaf hij een masterclass over racisme, leiderschap en opvoeden.
Hij veroordeelde het gedrag van Benfica-speler Gianluca Prestianni die met zijn shirt voor zijn mond Vinicius racistisch beledigde en bovenal dat van Benfica-coach José Mourinho die de schuld bij Vinicius zelf legde. Tegelijk toonde Kompany zich bijzonder mild. Prestianni was ongetwijfeld opgenaaid door de context: de grote inzet van het duel, het gejoel en de spreekkoren van het publiek. Zelfs zijn concullega Mourinho viel hij nief af, noch als persoon noch als professional. Kompany wees expliciet op het respect dat Mourinho geniet van zijn oud-spelers. Hij wreef hem wel een leiderschapsfout aan. Mourinho had niet aan victimblaming mogen doen en hij had er de figuur van Eusébio niet mogen bij sleuren. Je weerlegt geen racismeclaim door respect te betuigen aan een eigen clubicoon met Mozambikaanse roots.
Gedrag ≠ persoon
Veel commentatoren loofden Kompany’s vergevingsgezindheid. Terecht, maar leiders en andere opvoeders kunnen veel meer leren van hem dan schuldenaren de boodschap geven dat wie zijn fouten erkent en er lering uit trekt, de zwarte bladzijde mag omslaan. De clou zit hem in de onderliggende logica. Kompany scheidt gedrag en dader. Het gedrag veroordeelt hij, maar hij herleidt de dader niet tot zijn gedrag. Prestianni is niet zo. Mourinho ook niet. Zij zijn tot ander gedrag in staat op andere momenten in andere of analoge contexten. Kompany geeft niet gewoon een tweede kans, hij drukt de verwachting uit dat de ander beter kan en wil en dus tot leren in staat is. Leidinggeven en opvoeden is geloven in mensen. Door zich zo publiek uit te spreken voedt Kompany niet alleen die ene speler en coach op, maar de voetbalgemeenschap in zijn geheel. Ook andere spelers en coaches kunnen beter en ook andere concullega’s kunnen beter reageren op wie over de schreef gaat.
Voor veel onderwijsmensen geldt dat ze niet alleen een opvoedende rol hebben ten aanzien van kinderen of jongeren, maar ook het gedrag beïnvloeden van peers met wie ze samenwerken. Ik prijs me gelukkig dat collega’s me er al tactvol op wezen dat ik verkeerde dingen heb gezegd op verkeerde momenten. Gelijken of meerderen terechtwijzen vraagt moed, ook als ze zich van geen kwaad bewust zijn en goede intenties hebben. Wie collega’s zo aanspreekt, drukt net als Kompany kritiek op concreet gedrag en geloof in de persoon uit. Maar wie het doet, kan nooit zeker zijn dat zijn woorden in goede aarde vallen. Hij of zij neemt een risico. Leidinggevenden, die merken dat collega’s hen of elkaar aanspreken op onprofessioneel gedrag volgen de situatie best goed op. Het laatste wat je wil als leidinggevende is dat de moedige collega hard aangepakt wordt of geïsoleerd raakt. De moedige collega verdient beter en de school ook.
Rotte appels of rotte mand?
Verschillende directies vertelden me dat er leerkrachten in hun team zijn die kinderen met een migratieachtergrond onheus behandelen en dat ze het bijzonder uitdagend vinden om daarop te reageren. Meestal hebben ze geen harde bewijzen van racisme of discriminatie, maar sterke aanwijzingen. Ze zien een patroon in wat leerlingen of ouders melden en wat ze zelf opvangen van gesprekken in de leraarskamer of in de wandelgangen.
Leerkrachten hebben die hun nek uitsteken en hun collega’s op hun onprofessionele uitspraken of gedrag durven wijzen, is een zegen voor directies. Die mensen moeten ze bijstaan. Ze fluiten er fout gedrag mee terug en ze zetten een rem op de socialisatie van een team in laakbare overtuigingen.
Vincent Kompany gaf nog een les die zijn vader hem leerde mee. Als kind met een migratieachtergrond zou kleine Vincent zich tien keer harder moeten bewijzen. Een hooggeschoolde Jemenitische vader vertelde me recent nog dat hij vandaag zijn kinderen exact hetzelfde meegeeft. Het is hard om te horen dat zelfs iemand die aanzien geniet in een internationaal professioneel milieu en een helder beeld heeft van wat rechtvaardigheid betekent, toch zijn kinderen die boodschap meegeeft.
Begin niet over rechtvaardigheid. Reken er niet op dat je op school evenveel kansen zal krijgen. Hoop niet dat je nooit ten onrechte harder gestraft zal worden dan anderen.
Hij was niet eens kwaad op het systeem en zelfs uitgesproken positief over België. Het zij zo. Voor hem, maar niet voor mij. Wij moeten beter kunnen.
Wat zegt Kompany in de Bayern-kleedkamer?
Het brengt me tot slot terug bij coach Kompany. Ik vermoed dat hij zijn eigen spelers nog meer vertelt dan aan ons. Wellicht zegt hij dat ze zich niet mogen laten jennen door hun tegenstanders en op hun beurt de supporters van de tegenstander niet mogen provoceren.
“Het leidt jullie af van jullie spel. Sta erboven. En denk niet dat je ontoelaatbaar gedrag versterkt door niet te reageren. Nee, je voedt er je tegenstander en het publiek mee op. Ze kunnen beter. Geloof in mensen. Ik reken op jullie.”
Johan De Wilde, lerarenopleider bij Odisee en Velov-bestuurder
foto: Mike Serigrapher flickr.com
Noot: De Velov-blog is het equivalent van de vrije tribune in de krant, maar dan specifiek voor lerarenopleiders over onderwijsthema’s. De tekst geeft de opinie van de auteur weer, niet noodzakelijk de visie van Velov, zoals reacties niet noodzakelijk de mening delen van de opiniestukken in hun krant. In beide gevallen zijn ze de teksten bedoeld om het debat en de reflectie te voeden.
Deze boodschap verschijnt hier voor het eerst, maar geldt evenzeer voor alle eerdere bijdragen. We expliciteren het omdat we af en toe de vraag krijgen of de blogs gedragen worden door het hele bestuur. Bij deze weet iedereen hoe we als bestuur naar de blog kijken.
