
Wie dacht dat ik opende met een songtitel heeft gelijk. Little Richard scoorde er 50 jaar geleden een hit mee. Maar de song waar ik aan dacht, heet eigenlijk ‘Venus’ en is van de Nederlandse band Shocking Blue. Veel heeft de tekst niet om het lijf. ‘She’ of Venus lijkt gewoon de juiste looks te hebben en de song de juiste vibe. Het plaatje klopt.
‘Ze heeft het’, hoor ik wel eens zeggen over onze studenten. En er zijn ook jongens die ‘het’ hebben. Maar het plaatje klopt anders voor leerkrachten dan voor ‘she’ of Venus in de liedjes. Hun looks zijn bijzaak. Wat hebben ze dan wel? De grootste gemene deler is hun flair. Met een vlotte en gepaste omgang creëren ze een aangename sfeer rond zich die leerlingen meezuigt in hun opzet. Bovendien lijkt het hen niet de minste moeite te kosten.
Hoewel ik de gedachte onderdruk, overkomt de spontane reactie mij ook, wanneer ik stagiairs in een begenadigd moment observeer. Ik denk aan Joke die ik ooit kleuters zag meenemen in het belangstellingscentrum ‘Het scheppingsverhaal’. De wereld ontstond in de klas tijdens een fascinerende zevendaagse. Ik denk aan Jolien, het enthousiasme in persoon, die zingend met de peuters naar het toilet ging, en immer opgewekt structuur en comfort bood. En ik denk aan Jelke, die in haar kringgesprek de stilste kleuters aan de praat kreeg met haar handpop in de vorm van een ruimtewezen dat tientallen vragen op hen afvuurde over hun leven.
Talent en wat je ermee doet
Toch stoort het me te denken en te praten over mensen die ‘het’ hebben. De afgestudeerden waar ik het over heb, waren en zijn toppers. Het zijn mensen met een aangeboren talent, die dat met ervaring, verdere professionalisering en kritische bevraging ontwikkeld en gepolijst hebben en die er blijven voor gaan. Als waarnemer zie je een glansprestatie, niet wat erachter schuilgaat. Je ziet ook niet hoe andere activiteiten op andere momenten of met andere leerlingen hen afgaan. Wanneer ik mensen hoor spreken over stagiairs die het hebben, hoor ik het omgekeerde, namelijk dat ze een natuurtalent gespot hebben, iemand die nog weinig te leren heeft en die eigenlijk geen begeleiding of feedback behoeft. Toch ontwikkelpunten aangeven zou muggenzifterij zijn.
Echte toppers snakken daar net naar, ze willen blijven groeien. Er bestaat geen mal van de ideale leerkracht, zelfs niet van de ideale kleuterleerkracht of leraar Frans. Ze zijn allemaal anders en maar goed ook. Hopelijk blijven ze experimenteren en al eens de mist ingaan, ook in co-teaching- of schoolprojecten.
De effectieve kennisbouwer
Als we ons laten meeslepen door stagiairs die het hebben, delen we in zekere zin het romantisch ideaal van een coup de foudre in de liedjes, wat allesbehalve gepast of professioneel is, wat wellicht verklaart waarom er zelden openlijk over spreken. Wie dat wel doet, gaat er vanuit dat vroeg talent kunnen spotten een kenmerk van de topprofessional is. Zij zien ‘het’ gewoon meteen.
Tegelijk hoeven we ons niet te schamen voor onze positieve gevoelens als we getuige zijn van een wow-moment op stage. Soms hebben we alle reden om trots te zijn dat we er mee voor gezorgd hebben dat de stagiair staat waar hij staat. En belangrijker dan dat: als wij het geweldig vinden, dan is het dat ook zo voor de leerlingen. Ook zij ervaren de interactie in de klas als meeslepend. Als onderwijsprofessionals kunnen we proberen analyseren waarom iets een topmoment was, maar we zijn gedoemd daarin te mislukken want echte topmomenten zijn niet ten volle te vatten in termen van onze beoogde leerresultaten of competenties, ze wijken af van modellessen. Toppers weten wat werkt en hoe ze kennis moeten opbouwen, maar ze spelen met die regels en vegen ze af en toe met de voeten om onderwijs boeiend te houden voor de leerlingen en uitdagend voor zichzelf.
Johan De Wilde
Lerarenopleider bij Odisee en bestuurder van Velov