
De tijd van de schoolreizen is al even aan de gang. Ik zie het vooral op de perrons en af en toe in de Sint-Hubertusgalerij in Brussel. Als kind uit de Kempen, waar in een straal van 20 kilometer geen station te vinden was, ben ik nooit met de trein op schoolreis geweest.. Rond 1980 zijn we wel eens met de bus naar de nationale luchthaven in Zaventem gereden. Ik herinner me alleen dat ik vanachter een grote glaspartij in de verte een paar vliegtuigen heb zien opstijgen.
Van mijn jaarlijkse studie-uitstappen in het secundair onderwijs herinner ik me onder andere dat we in de eerste graad rond het middaguur stopten in een café waar de leraar aardrijkskunde en de buschauffeur konden biljarten en dat we verondersteld werden onderweg de gaten in een werkbundel vol te schrijven met woorden als lintbebouwing en hinterland. Ik heb me geërgerd aan die voorloper van het invulboek, maar ik heb er blijkbaar toch een en ander van onthouden.
De derde soort reizen die velen van ons zullen kennen, zijn de meerdaagse uitstappen. Aan sneeuwklassen of zeeklassen deed mijn lagere school niet mee. Wij gingen alleen een keer op bosklassen, wat in de praktijk betekende dat we buiten op het gras de ene na de andere klassencompetitie uitvochten en bij wijze van afwisseling een van de laatste levende klompenmakers in actie bezochten. Gelukkig mocht ik rond Pasen in het zesde middelbaar ook voor 10 dagen op Italiëreis, waardoor ik finaal een heel positieve herinnering aan een persoonsvormende schoolreis heb.
Maar vorige week hoorde ik uit eerste hand over een heel bijzondere schoolreis voor een twintigtal leerlingen van het BuSO (OV1) in Aalst. Zij trokken voor een vierdaags leefkamp naar de Maasregio in Limburg. Ze werden begeleid door een team van leerkrachten, ander schoolpersoneel en vrijwilligers dat nagenoeg evenveel koppen telde om de noodzakelijke één-op-één begeleiding die de meeste jongeren nodig hebben waar te kunnen maken. De coördinatoren hadden voor een kampthema en een dito lied gezorgd, voor uitstappen met bijzondere fietsen en andere aangepaste activiteiten. Maar het buitengewone in buitengewoon onderwijs verwijst niet alleen naar de leerlingen waarmee ze werken, maar ook naar de extra’s die de teamleden bereid zijn te doen. Wat me meest opviel in het verhaal, is de vanzelfsprekendheid waarmee de begeleiders bereid zijn om op kamp 24 uur op 24 voor hun leerlingen in te staan en om in geval van een crisissituatie elkaar ook ’s nachts wakker te maken om bijstand te verlenen. Het is nodig. Het is part of the job. Het is deel uitmaken van een sterk team.
De moeite waard, het geld waard
De reële kostprijs van zo’n kamp per kind moet hoog liggen en de leerwinst zal minimaal zijn, maar ook dit is een invulling van het recht op onderwijs. Voor de ouders van deze 12- tot 21-jarigen moet het bijzonder deugddoend zijn de zorg van hun kinderen jaarlijks gedurende een kleine week helemaal over te kunnen dragen aan mensen die ze kennen en vertrouwen. Misschien moet ik me, wanneer ik ooit op pensioen ga, ook opgeven als vrijwilliger om de professionals wat te ontlasten.
Johan De Wilde, lerarenopleider bij Odisee en Velov-bestuurder
foto bovenaan: Imaginacioncreativos op Pixabay
Noot: De Velov-blog is het equivalent van de vrije tribune in de krant, maar dan specifiek voor lerarenopleiders over onderwijsthema’s. De tekst geeft de opinie van de auteur weer, niet noodzakelijk de visie van Velov, zoals reacties niet noodzakelijk de mening delen van de opiniestukken in hun krant. In beide gevallen zijn ze de teksten bedoeld om het debat en de reflectie te voeden.
Deze boodschap verschijnt hier voor het eerst, maar geldt evenzeer voor alle eerdere bijdragen. We expliciteren het omdat we af en toe de vraag krijgen of de blogs gedragen worden door het hele bestuur. Bij deze weet iedereen hoe we als bestuur naar de blog kijken.
