
In 2011 publiceerde de Nederlandse socioloog Ilias el Hadioui het essay “Hoe de straat de school binnendringt”. Hoewel de tekst vijftien jaar oud is en op bepaalde punten specifiek is voor enkele Nederlandse grootsteden, vermoed ik dat hij alle leerkrachten en docenten die vandaag met jongeren werken kan inspireren.
Eerst een basisgedachte van zijn essay: bepaalde groepen van jongeren die opgroeien in de grootsteden socialiseren thuis, op straat en op school, drie culturen waar verschillende regels en waarden gelden en anders gecommuniceerd wordt. Dat levert een pedagogische mismatch op, zeker bij de jongeren die primair op straat gesocialiseerd zijn of die die betekenissystemen, de codes, de ambities en de taal het sterkst geïnternaliseerd hebben (p. 18). Secundair op straat gesocialiseerde jongeren omarmen veeleer aspecten van de straatcultuur zoals bepaalde woorden of een manier van zich kleden in hun levensstijl, maar zijn er minder van doordrongen. Gender is een punt waar de spanning het meest voelbaar is. De straatcultuur die el Hadioui beschrijft, is heel masculien, mannen horen zich als macho’s te gedragen en vrouwen zijn aan hen onderworpen. Zeker de schoolcultuur staat daar haaks op.
2 don’ts en 1 do
Na de analyse beantwoordt hij de vraag hoe scholen met die mismatch moeten omgaan. Eerst bekritiseert hij twee typeantwoorden. Scholen moeten zich niet aanpassen aan de straatcultuur, noch voor de harde aanpak kiezen. De eerste aanpak veronderstelt dat jongeren zelfs op school nog voortdurend zouden moeten kunnen switchen tussen culturen, wat de realiteit schizofreen maakt voor hen. De tweede aanpak is te star, en stelt richtlijnen op voor het handelen van leerkrachten en leerlingen zonder dat van de eerste groep verwacht wordt dat zij een poging doen om het gedrag van de leerlingen te begrijpen. Het is “een masculiene reactie op het masculiene straatrepertoire” (p. 74).
‘Spelgevoel’ is het sleutelwoord in zijn antwoord op de vraag hoe het dan wel moet. Hoewel hij dat wat meer uitwerkt op vlak van curriculaire keuzes en sociale en fysieke interactie, blijven sommige lezers op hun honger. Gesneden brood is wel vaker aantrekkelijker dan onderwijskundige en pedagogische denkkaders waar je zelf mee aan de slag gaat in de eigen realiteit.
Storend of appellerend?
Toegegeven, ik betrap mezelf erop dat ik me erger aan omgangsvormen en taalgebruik die ik tot de straatcultuur moet rekenen. Beseffen dat een andere cultuur of uitingsvormen ervan me storen, zal wellicht meer lezers iets doen. In zekere zin is de auteur mild voor ons. Wij zijn allemaal gesocialiseerd in een cultuur, in dominante denkwijzen en omgangsvormen. Ook wij moeten ons bewust worden van onze eigen normen. El Hadioui stelt dat sommige jongeren een uitmatch spelen in onze schoolcultuur. De meeste andere jongeren en nagenoeg alle leerkrachten spelen er thuis.
De auteur brengt inzicht en van daaruit vraagt hij van leerkrachten begrip voor straatjongeren. Wat mij betreft moeten onderwijsprofessionals zich geappelleerd voelen. Vreemd gedrag moet je toch willen proberen lezen, net om een betere leerkracht te worden voor iedereen. Met zijn allen moeten we beter begrijpen, er meer mee doen en het probleem van structurele (zelf)uitsluiting aanpakken. Dat geldt niet in het minst voor mezelf als lerarenopleider en LOP-voorzitter.
El Hadioui is niet fatalistisch. Sommige jongeren bewaren vanzelf het evenwicht in de pedagogische mismatch om hen heen of groeien uit de straatcultuur. Andere jongeren kiezen voor de wereld van de school. Hij noemt hen terecht moedig.
Transfer naar het hier en nu
Ik ben niet goed geplaatst om te oordelen in welke mate de straatcultuur in Nederlandse grootsteden rond 2010 overeenstemt met de jongerencultuur vandaag in Vlaanderen en Brussel. El Hadioui stelt dat straatcultuur niet etnisch is. Jongeren met en zonder migratieachtergrond dragen ertoe bij en maken het een dynamisch gegeven. Hij is nog specifieker: Marokkaanse jongeren zijn er doorgaans deel van, Antilliaanse in bepaalde steden en Turkse jongeren nergens. Onze steden zijn minstens zo divers als de Nederlandse toen maar de mix is anders. Wie van ons houdt daar een vinger aan de pols? En hoe verhoudt straatcultuur zich met de wereld van de influencers? Ik ben toe aan een stevige professionalisering. Uit interesse en uit noodzaak.
Johan De Wilde, lerarenopleider bij Odisee en Velov-bestuurder
el Hadioui, Ilias (2011) Hoe de straat de school binnendringt. APS uitgave.
foto bovenaan: borismayer77 op Pixabay
Noot: De Velov-blog is het equivalent van de vrije tribune in de krant, maar dan specifiek voor lerarenopleiders over onderwijsthema’s. De tekst geeft de opinie van de auteur weer, niet noodzakelijk de visie van Velov, zoals reacties niet noodzakelijk de mening delen van de opiniestukken in hun krant. In beide gevallen zijn ze de teksten bedoeld om het debat en de reflectie te voeden.
Deze boodschap verschijnt hier voor het eerst, maar geldt evenzeer voor alle eerdere bijdragen. We expliciteren het omdat we af en toe de vraag krijgen of de blogs gedragen worden door het hele bestuur. Bij deze weet iedereen hoe we als bestuur naar de blog kijken.
